Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Hoe kun je lesgeven zonder angst? Door eerst te gaan lesgeven mét angst

6 mei 2024

44 jaar geeft Vincent Duindam al les op de Universiteit Utrecht. Wat hebben die jaren lesgeven hem doen inzien over het lesgevende ambacht? Bereid alles goed voor en laat dan je spiekbrief thuis, hoorde hij ooit. Vincent gaat onder meer in op de relatie met zijn studenten, momenten van speelsheid en voorbij de tegenstelling van professioneel versus persoon.

In het studiejaar 1980-1981 gaf ik mijn eerste lessen aan de Universiteit van Utrecht. Het vak was Wetenschapsfilosofie voor Psychologen. En ik studeerde op dat moment zelf ook nog. Spannende tijden voor iemand die wat introvert, verlegen, angstig, neurotisch is. We zijn nu 44 jaar verder. En ik sta veel meer ontspannen en vrij in het lesgeven.

Wat zou ik, zo aan het eind van de dag, nu mijn jongere zelf adviseren? Of, belangrijker: zou ik op een of andere manier mijn jongere collega's kunnen helpen? Wat zou mij als beginnend docent in 1980 geholpen hebben? Het waren sowieso andere tijden, natuurlijk. Er was veel minder bureaucratie en er waren geen protocollen. De groepen waren kleiner.

Gewoon doen
Hoe kun je leren lesgeven zonder angst? Door eerst te gaan lesgeven met angst. Er gewoon naar toe gaan, het doen. Na afloop beloonde ik mezelf met een verse gevulde koek van het bakkertje aan de Oudegracht. Ik ging eraan wennen, vond er een weg in door het te doen. Op een bepaald moment, na ‘een aantal vlieguren’, liep het soepeler.

Het hielp mij om me kwetsbaar op te stellen. In diezelfde periode had ik ook zangles. En mijn zanglerares Elma vroeg mij om te zingen en tegelijkertijd mijn handen open te houden. Je niet verstoppen, maar je laten zien. Het voelde doodeng. Daarbij zei ze ook nog: met overtuiging en niet zo dat mensen denken: ‘wat zielig dat die jongen daar staat te zingen’. Een krachtige aanwijzing.

Ondertussen leerde ik ook van oudere collega-docenten. Soms inspireerde dat, op andere momenten realiseerde ik me: zo wil ik het niet. Zo was er een collega die eigenlijk graag de studenten wilde imponeren met zijn kennis. Door te laten zien wat je allemaal weet, kun je je misschien veiliger voelen, maar het sprak me niet aan.

Een andere valkuil: de studenten net iets te veel willen pleasen: ‘Je mag me op elk moment van de dag bellen, je mag al mijn boeken lenen’, etc. Ook dat voelde krampachtig.

Het was goed om erachter te komen dat ik die neiging zelf ook kon hebben: de studenten intimideren met kennis, of om ze op een gekunstelde manier ‘te vriend te willen houden’.

Professie - persoon
Soms wordt er ook een tegenstelling gecreëerd tussen professioneel en persoonlijk. Met de pet op van docent ben je iemand anders. Het idee van hoe je je als ‘professional' moet gedragen is ook wel eens misbruikt. Zo kregen we ergens in de jaren 80-90 opeens minder uren voor hetzelfde vak. Mijn leidinggevende zei toen: 'Als je minder uren voor een vak krijgt, is het professioneel om het dan ook in minder uren te doen. En niet ook in je vrije tijd.'

Of heel anders met collega's praten dan met studenten. Je zegt niet tegen studenten, wat je tegen collega’s zegt. Maar volgens mij is het zo: hoe dichter dat bij elkaar ligt, hoe beter. Als een vak op een bepaalde manier beter kan, bespreek ik dat ook graag met studenten. Ook als het om ‘mijn eigen vak’ gaat.

Het gaat erom dat je authentiek bent, voorbij de tegenstelling persoonlijk – professioneel. Hoe doe je dat?

Het ontstaat ter plekke
Natuurlijk bereid je je goed voor. Maar het is belangrijk om niet te proberen om vantevoren alles dicht te timmeren en onder controle te houden. Om niets aan het toeval over te laten. Want dan krijgt het iets krampachtigs en mogelijkheden gaan verloren.

'Bereid alles goed voor en laat dan je spiekbrief thuis', zei de leraar aardrijkskunde op de middelbare (vrije) school van onze dochters.

Het kan alleen daar gebeuren, op dat moment, in het moment. Welke vragen stellen studenten, welke intuïties, impulsen ontstaan er in jouzelf? Het mooiste is het, als het ter plekke ontstaat.

Zingen gaat ook altijd beter als je niet naar je bladmuziek kijkt. Het gaat om improviseren. Ooit hield ik een praatje over 'Zorgende Vaders' in Ede. Ik raakte in paniek, kon niet meer verder. Ik had gedacht dat mijn uitgeschreven verhaal me houvast bood, maar het gaf geen steun. Daar ontdekte ik dat je beter zonder uiterlijke steun, maar open het contact kunt zoeken.

Toch hebben (vooral) jonge docenten soms een ‘craving’ naar gedetailleerde powerpoints, instructies, protocollen, werkboeken. En natuurlijk: beginnende docenten hebben ook houvast nodig, en ze kunnen hierin groeien, groeien in vrijheid ook. De ontwikkelingspsycholoog Jerome Bruner had het over scaffolding. Eerst leer je dingen met als het ware een steiger om je heen, zodat je niet omvalt. Later heb je dat niet meer nodig. Misschien start je met een serie gedetailleerde Powerpoints en bieden die je steun. Later kun je hier vrijer mee omgaan. Je gebruikt eruit wat je wilt, past dingen aan, laat dingen weg.

Maar is dit het houvast dat we ze uiteindelijk willen geven, of is het meer/ook controle? Zou innerlijk houvast niet eerder het doel moeten zijn? Hoe fijn zou het zijn om in interactie met de studenten het lesmateriaal te laten ontstaan? Door hun vragen, jouw voorbeelden, hun voorbeelden, jouw vragen.

'To understand is to invent', zei Piaget al. Je moet het voor jezelf uitvinden. En niet reproduceren. Dat geldt voor zowel studenten als docenten. Ik heb collega’s ook wel zien worstelen met de standaard geleverde PowerPoints. En in mijn laatste reeks werkgroepen heb ik geen van de acht PowerPoints gebruikt.

Soms moet ik aan aan (het kinderboek) Kikker en Pad denken. Er was een lijstje gemaakt met wat er allemaal moest gebeuren op die dag: 'opstaan, uit bed stappen, ademen',  alle kleine vanzelfsprekende dingen van die dag. Maar toen waaide het lijstje weg. Wat nu?!

Die gedachte komt soms op als ik door de ramen al die sheets zie met: 'welkom  - wat er nu gaan doen - wat we net gedaan hebben - succes - tot de volgende keer.'

Vóór de werkgroep zitten zowel de studenten als de docenten op hun smartphone. Tot de PowerPoint aangaat. Daarna pakt iedereen haar/zijn smartphone weer.

AI (Kunstmatige Intelligentie) of spontane inzichten
Teveel dichtgetimmerde protocollen doodt de creativiteit. Eigenlijk kun je standaard PowerPoints, etc.  zien als en vorm van Artificial Intelligence. Het gaat om ‘geconditioneerde’ kennis. Dat heeft zijn plek. Net zoals je een rekenmachine kunt gebruiken. Daarom is AI ook niet bedreigend voor goed onderwijs. Je kunt AI als instrument inzetten.

Maar als er alleen deze voorgevormde, voorgekauwde inhoud wordt aanboden, dan word je als docent langzaam maar zeker overbodig. Alle flow, tinteling verdwijnen dan. Er is een groot verschil tussen geconditioneerde kennis (AI) en wijsheid, inzicht, intuïtie, creativiteit.

Het welzijn van studenten/leerlingen (en docenten)
Voor het welzijn van studenten is het belangrijk dat je echt aanwezig bent, als je bij ze bent, ze echt ziet en hoort. Dat is tegelijkertijd goed voor je eigen welzijn.

Kun je dat plannen, leren, in de les inbouwen? In je sheets opnemen? Een externe cursus doen voor de studenten, of voor jou als docent? Een well-being week bijwonen?

Het is essentieel dat je een band met studenten kunt opbouwen. Daarom wil ik altijd graag mijn studenten niet één, maar minimaal twee vakken geven, om elkaar echt te leren kennen. En de relatie te verdiepen. En zo is het ook makkelijker om niet door de klaarliggende scripts bepaald te worden. Dat is ook echt tutoraat.

We kunnen onze studenten serieus nemen. Meestal zijn ze fair en eerlijk, in de complimenten die we van ze krijgen, maar ook in hun kritiek. Elk jaar hoor ik ze vertellen wat ze van bepaalde vakken en van bepaalde docenten vinden. Wat er goed is, wat er beter kan. Dat geldt natuurlijk ook voor mijn eigen minder sterke eigenschappen: soms wat te controleerderig, of ongeduldig. Dat heb ik van ze gehoord. En het is waar.

In de online tijd werden de colleges van één van mijn colleges versneld afgespeeld, omdat het te langzaam ging. Bij een andere collega werd het juist trager gezet. Hij begint het college, zo vertelden ze mij, en praat dan zonder één onderbreking snel door. Als je één keer uit het raam kijkt, ben je de draad kwijt.

Ik realiseer me ook dat deze generatie studenten én docenten anders is. Laatst legde een studente mij uit dat ze de stof niet had kunnen lezen. Ze was ingeloot voor een studentenvereniging. En dan moest je daar minimaal twee avonden aanwezig zijn, plus haar werk in de horeca, haar vriendje, de sport, de treinreis naar de uni (want ze wonen vaak nog thuis). Heel anders dan ‘in my dancing days’, toen je veel langer over je studie kon doen. Er was meer tijd, ruimte.

Ook voor de docenten is het nu anders. Je hebt een contract voor twee of vier jaar en daarna is het vaak afgelopen. Dan is er ook minder ruimte om je als docent/persoon in je eigen tempo te kunnen ontplooien.

Net als het spel van kinderen
Tenslotte is er nog de positie van onderwijs in de academische wereld. Toch wat minder status dan onderzoek. Voor mij liggen onderwijs en onderzoek echter heel dicht bij elkaar. Je gaat samen op onderzoek uit. En daarbij, om Einstein te citeren: 'Play is the highest form of research'. Of Friedrich Nietzsche: 'Erwachsen sein: das heisst den Ernst wiedergefunden zu haben, den man als Kind hatte, beim Spiel.'

Een collega-docent, Paul Goudena, vatte het mooi samen: als docenten en onderzoekers moeten wij de herinnering aan spelen niet verloren laten gaan. 'Dat de ernst die hoort bij diepgang, creativiteit niet in de weg staat. En dat, net als in het spel van kinderen, kwaliteit altijd boven kwantiteit gaat.'

Vincent Duindam is psycholoog, publicist en docent op de Universiteit Utrecht.  

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in.


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief