Creativiteit - een ondergeschoven kind
Hieronder volgt een opgave uit een CITO toets. Stel: je wilt een boomstam in vier gelijke stukken zagen. Hoeveel keer moet je zagen?
A/ 2
B/ 3
C/ 4
Jouw antwoord is? Nu zeggen... Als je antwoord B koos, heb je het goed gedaan; CITO telt antwoord B goed. Maar als je antwoord C koos, waarom deed je dat dan? Omdat je in de oude val liep dat je voor 4 stukken ook 4 keer moet zagen of omdat je bij het lezen van de vraag aan een echte boom dacht, die eerst moet worden omgezaagd en waarvoor er dus 4 inspanningen nodig zijn om 4 gelijke stukken te krijgen? En antwoord A? Omdat je te vlug was, niet goed nadacht? Of omdat je wel eens in een houtzagerij bent geweest en weet dat je een boom ook eerst in de lengte kan doorzagen en het vervolgens nog maar een (1) fluitje van een cent om 4 gelijke stukken te krijgen?
Doordat de Citotoets een multiplechoicetoets is, wordt maar één antwoord goed gerekend, terwijl voor alle drie de antwoorden een correcte en intelligente onderbouwing te geven is. Het is tekenend voor de manier waarop wij onderwijsopbrengsten waarderen en de CITO-toets is daarvoor ontworpen. Waarom richten wij onze aandacht op ‘het goede antwoord’ en niet op inventiviteit en het zoeken naar verschillende creatieve oplossingen? In een maatschappij waarin (technologische) veranderingen elkaar steeds sneller opvolgen, waar banen voor het leven steeds zeldzamer worden, en waarbij de economie draait om (nieuwe) kennis en diensten is dat verbazingwekkend.
Het is verbazingwekkend omdat creativiteit en inventiviteit noodzakelijke kwaliteiten zijn in een maatschappij waarin mensen steeds vaker leven in en moeten kunnen omgaan met ambiguïteit. Zekerheden van vandaag zijn morgen vraagtekens en we worden geconfronteerd met steeds meer en complexere keuzes. Daar komt bij, sprekend in de woorden van Herman Wijffels dat ‘we het ons niet kunnen veroorloven een splinter talent te verliezen als we concurrerend willen blijven met opkomende economieën als China en India.’ Daarvan lijken we hier nog onvoldoende doordrongen.
Dat is een gemiste kans, want de diversiteit van die samenleving en de zich in hoog tempo aandienende veranderingen vormen juist een rijke bron van nieuwe mogelijkheden waardoor individuen zich in talloze richtingen kunnen ontwikkelen en op talloze manieren kunnen bijdragen aan de samenleving.
De Finse hoogleraar Pekka Himanen, winnaar van de Global Leader of Tomorrow award van het World Economic Forum, zegt in een interview met het Financieel Dagblad, dat Europa lijkt te berusten in een toekomst als vergrijzend openluchtmuseum, maar, zegt hij, er zijn ook andere scenario’s denkbaar: ‘Het enige wat echt vaststaat is dat we niet op kosten kunnen concurreren. Het script dat ik voor Europa zie is de combinatie van creativiteit en zorg. Maar ja, dan moet je wel een droom van de toekomst hebben. Ik moet je zeggen dat hoewel ik niet kapot ben van de Amerikaanse droom, is er bij de Amerikanen wél een droom van de toekomst. In Europa zie ik hoe pessimistisch iedereen is. In geen enkel Europees manifest is ook maar één regel terug te vinden die je nieuwe energie geeft. Weet je wat Europa's droom is? Dat onze economie met 3% groeit. Stel je Martin Luther King voor bij het Lincoln Memorial in Washington. Hij vraagt 200.000 mensen om stilte en zegt vervolgens: "I have a dream... dat we volgend jaar 3% groeien”.’
Het gelijk schakelen van welvaart aan economische groei zou in de westerse maatschappij wat meer ter discussie moeten staan. Het koppelen van welbevinden aan economische groei al helemaal. De dictatuur van de financiële beurzen houdt bedrijven in een wurgende greep van kwartaal denken. Dit is gebaseerd op een industrieel idee van de samenleving uit de vorige eeuw, waar schaalbaarheid en meetbaarheid de ultieme doelstellingen waren met alle standaardisaties als gevolg.
We hebben inspirerende doelstellingen nodig. Dat betekent ook op innovatie en creativiteit gericht onderwijs, waar het individu de kans krijgt en uitgedaagd wordt zijn talenten te ontwikkelen. In Europa laten we studenten, door het curriculum gedreven, eindeloos oude kennis analyseren. Wat bedoelde Marx met dit, wat wilde Weber met dat? Terwijl wetenschap per definitie nieuwe kennis behoort te creëren. In Amerika ziet men studenten als het hart van de universiteit, als bron en dragers van nieuw denken en innovatie. In Europa verliezen we veel potentieel aan nieuw denken.
We hebben geen idee hoe de wereld er in 2065 uit ziet. Toch zeggen we de taak van het opleiden van de generatie die in 2065 met pensioen gaat zeer serieus te nemen. Dan moeten we toch durven innoveren, ook in het onderwijs? Dan moeten creativiteit en inventiviteit toch hoog in het vaandel staan?
Dus roep ik leraren op die vraag over de boomstam nog een keer op het bord te zetten en leerlingen te vragen zoveel mogelijk verschillende manieren te bedenken om een boom in vier gelijke stukken te zagen.
Nickel van der Vorm